Vier marathons op één jaar tijd

Exact één jaar geleden stond ik aan de start van mijn eerste marathon. Die van New York. Dat ik er op één jaar tijd nog drie extra zou lopen… Dat was niet het plan. Het is ook pas alsof het pas de afgelopen weken is doorgedrongen. Vier marathons. Eén jaar. Hoe beviel me dat nu?

Eigenlijk zit het thema ‘marathon’ al sinds januari 2016 al in m’n hoofd. Toen boekte ik mijn eerste marathonreis, en het werd onmiddellijk eentje van formaat: de marathon van New York met #teamannemerelrunsnyc2017. Ondanks de tegenslagen met klierkoorts en bloedarmoede, trainde ik koppig door. Ik liet zelfs m’n allereerste lactaattest afnemen en kreeg daardoor een persoonlijk schema. Door het ernstige ijzertekort van de bloedarmoede en de vermoeidheid van de klierkoorts, daalde mijn looptempo wel drastisch. Enorm frustrerend, want eerder kon ik wel mooie tempo’s lopen. Maar ja, toen liep ik ook nooit verder dan een halve marathon.

Na bijna een jaar trainen, stond ik dan uiteindelijk aan de start in New York. Ik kon het nog altijd moeilijk beseffen dat ik een marathon zou lopen (tijdens mijn trainingen liep ik niet verder dan 30KM), maar ik haalde het. Ik liep over de streep op 04u49. Een tijd waar ik toen (en nu nog steeds eigenlijk) heel erg teleurgesteld over was, ook al was het mijn eerste marathon. Ik besloot in ieder geval voor mijn tweede marathon beter te trainen.

Nog voor ik de marathon van New York liep, boekte ik namelijk al de marathonreis naar Tokio. Eigenlijk hoopte ik stiekem op een startbewijs voor Londen in april, maar ik viste helaas net als de zovelen naast het net. Hierdoor besefte ik wel dat ik drie maanden na New York al opnieuw die 42 kilometer zou mogen lopen in Tokio. Ik liet opnieuw een lactaattest uitvoeren die deze keer stukken beter was. De klierkoorts was immers eindelijk genezen. Ik kreeg dan ook een beter schema met meer snelheidstrainingen en meer kilometers.

Ik herinner me dat ik elke training met heel veel goesting deed, en dat wierp zeker en vast zijn vruchten af. Ondanks de jetlag en een verkoudheid liep ik maar liefst 41 minuten sneller dan New York en klokte ik af op 04u07. Ik was superblij met dit resultaat, maar was ook blij dat ik nu eventjes adempauze van de marathontrainingen kon nemen. In september zou ik namelijk de marathon van Berlijn lopen, maar daar hoefde ik toen nog even niet aan te denken. Ik liet wederom een nieuwe lactaattest afnemen, en deze keer was de verbetering spectaculair. Het zou zelfs mogelijk moeten zijn om richting 03u30 te lopen.

Die resultaten zorgen ervoor dat ik euforisch werd, en steeds sneller en meer wou lopen. Om de periode tussen Tokio en Berlijn te overbruggen, zorgde ik ervoor dat ik nog uitdaging vond in kortere wedstrijden. Daar liep ik de sterren van de hemel, en in Valencia liep ik zelfs voor het eerst een wedstrijd onder de magische grens van 05:00 min/km (7.5KM). Fysiek leek ik steeds meer en meer in topconditie te geraken, maar mentaal werd m’n vlammetje steeds kleiner en kleiner. Toch bleef de drang van ‘moeten lopen’ steeds groot, maar ik begon lopen steeds minder en minder leuk te vinden.

Na een ongelukkige samenloop van privéomstandigheden, brak ik dan ook volledige en liep ik drie weken niet. Voor het eerst sinds januari 2016 dus. De diagnose? Parasympatisch overtrainingssyndroom. Meer daarover kunnen jullie in deze blogpost lezen. Toen ik de motivatie vond om opnieuw te gaan lopen, besloot ik om een nieuwe lactaattest te laten uitvoeren met een nieuw schema. Een schema dat niet gericht was op snelle tempo’s, maar op lopen van tijd ipv afstand. Beetje bij beetje kwam ik er terug bovenop, maar de laatste maanden voorbereiding voor Berlijn werden best een uitdaging met ook nog een heupblessure.

Ik stond in september dan ook aan de start met hetzelfde gevoel als New York: zou ik het wel kunnen? Ik had nu immers veel minder lange duurlopen gelopen dan Tokio. Uiteindelijk liep ik slechts één minuut trager dan Tokio, wat een erg goede prestatie is natuurlijk. Deze keer had net nog iiiiiiiiets minder tijd om te herstellen na de marathon. Gelukkig weet ik wel na drie marathons perfect wat ik en wat ik niet kan. Zo sta ik dan ook goed hersteld zes weken later aan de start van de Brussels Airport Marathon. En hoe die nu net verliep, dat kunnen jullie in het race verslag lezen.

Kortom, vier marathons lopen op één jaar vraagt heel veel van je. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Het fysieke kan en moet je natuurlijk trainen: je moet je lichaam klaar maken voor het lopen van 42 kilometer. Maar die mentale training, dat vind ik het moeilijkste van allemaal. Ik heb nog nooit vier keer zo diep gezeten. En ik heb ook het gevoel dat je dat ook pas kan “trainen per marathon”, want tijdens het lopen van lange duurlopen heb ik mentaal geen moeilijkheden. Natuurlijk heb je marathons natuurlijk de druk van het lopen van een bepaalde eindtijd. Hopelijk een druk die ik steeds beter en beter kan managen, want ook in 2019 staan er weer marathons op de planning. Want dat is nog zo’n dingetje aan vier marathons op één jaar lopen. Het werkt verslavend.

Talk to you soon!

Marianne

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s